Coca-Cola levensgevaarlijk?

Verhaal | 10-12-2019Manuel Voordewind

Manuel Voordewind, Lobbyist bij Tear, schreef een opiniestuk over het belang van afvalverwerking voor de gezondheid van mensen in ontwikkelingslanden. Want realiseren wij, maar vooral de grote en commerciële bedrijven, ons hoe gevaarlijk plastic afval kan zijn? Op zondag 8 december 2019 begon de Klimaattop van Madrid, hier wordt besproken hoe de geplande klimaatmaatregelen van het Akkoord van Parijs worden uitgevoerd en betaald. 

Wie kent hem niet: de iconische fles met de rode dop, gevuld met een zoet zwart goedje. Ik heb het over de Coca-Cola flesjes die je zo’n beetje op elke hoek van de straat kunt krijgen. Dit geldt niet alleen voor Nederland. Zo verkoopt Coca-Cola bijvoorbeeld meer drankjes in Zuid-Afrika dan in Engeland en meer in India dan in enig ander land in Europa. En het bedrijf wil in de toekomst graag blijven uitbreiden in opkomende markten. Waarom is dit problematisch? Bij gebrek aan goede afvalverwerkingssystemen leidt plastic afval tot enorme aantallen sterfgevallen.

In de loop van de decennia zijn internationale bedrijven zoals Coca-Cola, maar ook Nestlé, PepsiCo en Unilever, overgegaan van herbruikbare en recyclebare verpakkingen naar een wegwerpmodel verpakking. Deze producten worden veelal in landen verkocht waar er weinig of geen capaciteit is om afval te verzamelen en te verwerken. Elke seconde wordt er een dubbeldekker lading met plastic afval verbrand of gedumpt in ontwikkelingslanden, zo blijkt uit een recent rapport van  ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Tearfund in samenwerking met the Institute of Development Studies. Bij gebrek aan goede afvalverwerkingssystemen zorgt de enorme berg aan afval voor immense gevolgen. 

Jaarlijks sterven er tussen de 400.000 en een miljoen mensen aan problemen veroorzaakt door het gebrek aan goede plastic afvalverwerking in ontwikkelingslanden.

Het belang van afvalverwerking 

Ten minste twee miljard mensen over de hele wereld leven zonder een goed afvalverwerkingssysteem. Weggegooide drankflessen en ander plastic afval vormen broedplaatsen voor ziektedragende insecten die malaria, knokkelkoorts en tyfus verspreiden. Daarnaast trekt het afval ratten aan die ziektes als hondsdolheid en de pest verspreiden. Afval wordt vaak op straat verbrand, wat leidt tot sterfgevallen als gevolg van de resulterende schadelijke stoffen die in de lucht worden vrijgegeven. Het rapport van Tearfund toont aan dat wonen in de buurt van afval het risico op diarree verdubbelt, wat eveneens een belangrijke doodsoorzaak is in ontwikkelingslanden. Jaarlijks sterven er tussen de 400.000 en een miljoen mensen aan problemen veroorzaakt door het gebrek aan goede plastic afvalverwerking in ontwikkelingslanden. 

Fundamenteel probleem is ons economische model

De vraag is: waarom gebeurt hier niks tegen? Het probleem is dat veel bedrijven zoals Coca-Cola zich actief verzetten tegen wetgeving die hen verantwoordelijk stelt voor het afval dat ze creëren. Zo is er een actieve lobby tegen wetten die fabrikanten verplichten te betalen voor de kosten van hun eigen afvalverwerking. De vaak enorme bedragen die beschikbaar worden gesteld voor lobby door deze bedrijven zorgt ervoor dat ze zo goed als vrij spel hebben. 

Daarnaast is plasticvervuiling in essentie een gevolg van niet-duurzame consumptie- en productiemodellen die door regeringen worden gepromoot en ondersteund. Dit zorgt voor een gunstig ondernemersklimaat waarin bedrijfsmodellen op basis van plastic voor eenmalig gebruik kunnen floreren. Veel regeringen van rijke landen hebben tot op heden weinig gedaan om het probleem van plasticvervuiling te bestrijden. De huidige economische modellen, met grote subsidies voor de olie- en gassector (nieuw plastic wordt gemaakt van ruwe olie en aardgas), drukken op de prijs van plastic, waardoor het aanbod verder toeneemt. Om je een beeld te geven; alleen al de G7 landen (forum van zeven industrielanden) besteden jaarlijks 100 miljard dollar aan subsidies voor de productie en het gebruik van steenkool, olie en gas.

Zolang we de problemen niet bij de wortel aanpakken, is het dweilen met de kraan open.

Afvalverwerking op VN-agenda

Deze week en volgende week vindt in Madrid de VN-klimaattop plaats, waar regeringsleiders samen komen om te spreken over de voortgang van het Parijs klimaatakkoord. Eén van de problemen is dat afval en afvalverwerking niet in het klimaatakkoord zijn opgenomen. Er kan veel voortuigang geboekt worden als rijke landen expertise en een deel van hun ontwikkelingsbudget beschikbaar stellen voor het opbouwen van afvalverwerkingssystemen in ontwikkelingslanden. Echter, zolang we de problemen niet bij de wortel aanpakken, is het dweilen met de kraan open. Daarom moet er actief gekeken worden naar regelgeving voor het bedrijfsleven, met name op het gebied van plastic afval. 

Zo zouden bedrijven moeten rapporteren over het aantal plastic producten dat zij voor eenmalig gebruik tot 2020 verkopen. Ten tweede dienen bedrijven hun plastic productie terug te schalen door de productie van plastic producten tegen 2025 te halveren. Tot slot moeten bedrijven ervoor zorgen dat er tegen 2022 voor elk verkocht item één plastic product wordt ingezameld, dit kan onder andere door het stimuleren van statiegeld op kleine plasticflesjes. Dit is iets waar de Nederlandse overheid zich al actief voor inzet. Alleen door strikte regelgeving kunnen we de problemen met het welbekende Coca-Cola flesje aanpakken en zo werken aan een gezonde en duurzame toekomst.

Trouw publiceerde het opiniestuk over de klimaattop van Madrid, lees het hier

Tekst: Manuel Voordewind, werkzaam voor ontwikkelingssamenwerking organisatie Tear, onderdeel van Tearfund wereldwijd.
Voor meer informatie en vragen: mvoordewind@tear.nl