De ene dag een kip...

Blog | 27-06-2014Nellie van Voornveld

Een groep voorgangers en andere vertegenwoordigers van kerken is met Tear op reis in Oeganda. In blogs vertellen zij over hun ervaringen. Deze blog is geschreven door Nellie van Voornveld.

Daar sta ik dan voor het eerst van mijn leven met een kip in mijn handen. Ik houd hem onwennig vast bij zijn poten en aai wat over zijn veren. Ik heb hem gekregen van Febe, een nieuwe vriendin.

We zijn op bezoek bij het huis van haar en haar man Joseph. Joseph heeft ons rondgeleid op zijn erf; hij heeft verteld over de veranderingen in zijn leven sinds hij meedoet met het PEP-programma in de kerk; met durf en vertrouwen zet hij stappen om de omstandigheden van zijn familie en buren te verbeteren. Hij leerde anders te kijken naar zichzelf en naar zijn mogelijkheden. Hij is optimistisch en blij. Met een lach op zijn gezicht stelt hij ons voor aan zijn vrouw Febe en hun kinderen, twee kleine meisjes. “En zo te zien verwachten we een derde kind”, grapt hij. En terwijl hij naast zijn vrouw gaat staan zegt hij: ‘Mijn vrouw zou wel een vriendin willen. Wie van jullie wil haar vriendin worden?’

Kip

Ik aarzel niet lang, loop naar haar toe, we omarmen elkaar. Op slag voel ik me verbonden met deze vrouw. Net als ik echtgenote, moeder en afhankelijk van God. We maken kennis. En dan is daar die kip. “Om jullie vriendschap te bezegelen”, zegt Joseph. Voor we vertrekken bid ik voor Febe, Joseph en haar kinderen. Met één hand zegen ik hen. Onder mijn andere arm de kip.

De volgende dag lopen we met een oudere man mee naar de put die hij een paar jaar geleden samen met dorpsgenoten groef. Het water zit hier diep, meer dan zes meter. “Vroeger liepen de vrouwen een paar keer per dag drie kilometer voor water”, zegt hij. “Nu kunnen ze hier terecht.”

Dochter

Bij een boom in de buurt staat een vrouw. Ik geef haar een hand. Ze vraagt of ik kinderen heb. “Ja? Wil je er één bij hebben.. kom je mee naar mijn dochter.. ze is tien.. ze is klein en mager…en ze moet zo hard werken.” Een moeder die met een gezicht vol verdriet haar kind aanbiedt..

Wat moet ik zeggen? Ik hoor mezelf iets zeggen. Ik hoor mezelf zeggen dat ik haar dochter niet kan meenemen. Dat zíj degene is de het beste voor haar kan zorgen. Dat ik zal bidden voor hen.

Vanuit mijn ooghoek zie ik nog de blije man bij de bron. Daartegenover staan de zorgen van deze vrouw en de pijn van zovelen. Ik voel onrust en verwarring. Die moeten hier niet blijven. Die moeten mee terug naar Nederland.

 

Meer over het project

Kerk en gemeenschap in actie

Oeganda (Afrika)
Pentecostal Assemblies of God (PAG) traint kerken en gemeenschappen om positieve verandering te brengen in hun dorp.