De kerk in Beiroet komt handen tekort

Verhaal | 08-11-2020Tear

Kerken in Libanon zetten zich opmerkelijk vaak in om slachtoffers van de explosie in Beiroet bij te staan. Daar zijn niet alleen de slachtoffers mee geholpen, maar ook de kerken zelf. ‘Onze gemeente is veranderd. We weten nu uit ervaring dat we hiervoor geroepen zijn.’

Annie Boghdesarian stuurt haar autootje vaardig door de onoverzichtelijke warboel van het verkeer in Beiroet. Ze is op weg naar twee oude mensen in de wijk Gemmayzeh, direct achter de haven waar in augustus een allesverwoestende explosie plaatsvond.

Annie bezoekt hen om twee redenen. De eerste is haar baan. Ze werkt voor Merath, de Libanese evangelische hulporganisatie waarmee Tear veel samenwerkt. Direct na de explosie in Beiroet kwam Merath in actie door tal van kerken en kerkelijke groeperingen te (re)activeren. En daar komt de tweede reden kijken. Annie is zelf ook lid van zo’n kerk, de baptistengemeente Church of Christ in Fanar, een wijk in groot-Beiroet. Vanuit die kerk is sinds de ontploffing een groep van zo’n 25 gemeenteleden actief in de hulpverlening – vrijwillig. ‘Het bijzondere is dat de meesten van deze groep nog heel jong zijn’, zegt Annie. ‘Zeg maar tussen de zestien en begin dertig.’ Lachend: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat ik zelf de oudste ben.’

Lees ook: Slachtoffers explosie Beiroet: ‘We zijn blij met elke vorm van hulp'
 

Verdronken

Het is niet vanzelfsprekend dat Libanese jongeren zich op dit moment langdurig inzetten voor hun land. Liever vertrekken ze. Natuurlijk, er zijn altijd uitzonderingen, maar een groot deel van de jonge Libanezen gelooft niet meer in een toekomst in eigen land. Sommigen zijn zelfs zo wanhopig dat ze met bootjes de zee op varen, richting Cyprus. Dat is een levensgevaarlijke onderneming, veel gevaarlijker nog dan de beruchte zeeroute tussen Turkije en Griekenland, en de eerste berichten over verdronken migranten voor de kust van Libanon zijn al een feit.

Als je hier geen toekomst voor jezelf ziet, hoeft dat niet in de weg te staan om anderen te helpen.

Annie windt er geen doekjes om: ook van haar kerkgroep willen de meeste jongeren weg. ‘Als ze de kans hebben, zullen ze bijna allemaal gaan. Sommigen tijdelijk, om een goede opleiding elders te kunnen volgen. Anderen voorgoed, omdat ze niet geloven dat de politieke situatie in Libanon nog ten goede zal keren.’ Zelf is ze ook niet immuun voor de lokroep van het buitenland. ‘Ik hoop nog steeds op verbetering hier, maar inderdaad, ook ik denk er af en toe over om te vertrekken. Maar niet nu.’ Ze grijpt het stuur iets steviger vast en herhaalt: ‘Niet nu. Ik heb hier nu werk te doen.’

Weg willen en tegelijk de schouders eronder zetten: dat gaat wel degelijk prima samen, laten Annie en haar groep zien. ‘Als je hier geen toekomst voor jezelf ziet, hoeft dat niet in de weg te staan om anderen te helpen’, vindt ze. ‘Sterker nog: we vinden dat we móéten helpen. Dat is onze plicht als christenen.’ En dus helpt het groepje nu al maanden zo’n 25 getroffen gezinnen. Met medicijnen, met tegoedbonnen voor de supermarkt en met andere levensbenodigdheden.

Metamorfose

Bij de hulporganisatie Merath, die kerken bemoedigt in het uitreiken naar anderen, weten ze meer voorbeelden van gemeenten die zo actief zijn. Sterker nog, er zijn gemeenten die gaandeweg een totale metamorfose hebben ondergaan. Eén van die gemeenten is de Faith Baptist Church in Mansourieh, een buitenwijk van Beiroet. Dat was pakweg tien jaar geleden nu niet direct een gemeente die zich liet voorstaan op het uitreiken naar behoeftigen. Maar toen buurland Syrië in brand kwam te staan, veranderde dat. ‘Verschillende echtparen in onze kerk voelden de roeping om iets te doen voor de vele Syrische vluchtelingen in Libanon’, herinnert Joe Bridi zich. Hij is de coördinator van het outreach-werk van de Faith Baptist church. ‘Het was 2010 en die winter waren er voor het eerst veel Syrische vluchtelingen. We gaven hen dekens en andere benodigdheden, en sommigen begonnen naar de kerk te komen.’

Nu, tien jaar later, heeft Joe mensen in zijn team die ooit als Syrische vluchteling geholpen werden door zijn kerk. Er is onder meer een buurtcentrum gekomen waar aan iedereen een luisterend oor geboden wordt, al staan de activiteiten daar vanwege de coronacrisis op een laag pitje. De activiteiten hebben genezend gewerkt voor de kerkgemeenschap, constateert Joe. ‘Er was bijvoorbeeld een lid dat heel negatieve ervaringen had met Syriërs. Maar toen ze zelf begon te helpen, merkte ze dat God haar genas van die wond – juist door het contact met vluchtelingen.’ Bijna alle kerkleden waren eerst negatief over Syriërs. ‘Ikzelf ook. Syriërs stonden voor ons synoniem aan de vijand. Ik weet zeker dat het de Heilige Geest is geweest die deze boosheid en haat heeft weggenomen. Want dit is het onderwijs van Jezus: dat je je vijanden liefhebt als jezelf.’

En zo komt het dat Joe en zijn team al maanden bezig zijn om nu weer een andere doelgroep te helpen; die van de slachtoffers van de explosie. ‘We kunnen niet alles, maar we werken nu met zo’n twintig getroffen gezinnen. We helpen ze met reparaties en andere dingen.’ Voor Joe is het geen vraag of een kerk zich hiermee bezig moet houden. ‘We hebben geen keus. Als we het Evangelie niet uitleven, verliezen we onze geloofwaardigheid. Dit is wat Jezus deed.’

Toevluchtsoord

Annie is intussen aangekomen bij een tamelijk haveloos flatgebouw in Gemmayzeh, vlakbij de haven. Ze loopt een paar trappen op. Hier en daar wordt gewerkt aan deuren en kozijnen. De deur naar een van de appartementen staat open. ‘Kom verder, kom verder!’, roept Khatchodour Kevorkian. De 90-jarige man hijst zich moeizaam overeind uit zijn stoel en komt naar de deur. ‘Doe geen moeite, we komen wel binnen’, zegt Annie, maar Kevorkian schuifelt al door de kamer, geholpen door een stok. Hij woont samen met zijn tien jaar jongere zuster Shakeh Kevorkian. Broer en zus zijn, net als Annie, christenen van Armeense afkomst. Dat is niet zo verwonderlijk: in deze delen wonen duizenden Armeniërs, die hier een veilig toevluchtsoord vonden nadat ze honderd jaar geleden moesten vluchten voor de Armeense genocide in Turkije.

Gemmayzeh hoort tot de zwaarst getroffen delen van Beiroet, en dat is te zien. Het appartement van de Kevorkians is intussen alweer aardig toonbaar, maar dat geldt niet voor de directe omgeving. De hoogbejaarde man troont zijn bezoek mee naar het balkon dat aan het appartement vastzit. Hij wijst voor zich uit. Daar glinstert het water van de haven in het middaglicht. Een half gezonken schip ligt op zijn kant, als stille getuige van die 6e augustus 2020, toen de wereld hier leek te vergaan. Op de kade staan de drie zwaargehavende massieve silo’s die de graanvoorraad van Libanon herbergden en die sindsdien het symbool zijn geworden van de explosie in de haven van Beiroet. Het graan ligt er nog altijd naast en tooit de directe omgeving van de silo’s met een onwezenlijke, goudgele gloed.

Ik ben gewond geraakt aan mijn been, maar dat is al bijna over. Hoe is dat anders te verklaren dan door Gods zorg voor ons?

Rondvliegend puin

‘Kijk hier’, wijst meneer Kevorkian met zijn stok. Op het balkon ligt een zwaar smeedijzeren scheepsonderdeel. Hij beschrijft met zijn handen een boog. ‘Dat is vanaf de haven hierheen gelanceerd tijdens de explosie.’ Hij is even stil. De implicatie van zijn woorden is helder. Als dit gevaarte door de raam was komen zeilen, waren er waarschijnlijk geen meneer en mevrouw Kevorkian meer geweest – net zoals bijna tweehonderd anderen die dodelijk getroffen werden door rondvliegend puin. Broer en zus beseffen dat ze door het oog van de naald zijn gekropen. Of liever, zoals mevrouw Kevorkian het zegt, ‘dat God ons heeft beschermd.’ Voor haar en haar broer is dat geen vraag. ‘Natuurlijk niet. Anders hadden we hier niet gezeten. Ik ben gewond geraakt aan mijn been, maar dat is al bijna over. Hoe is dat anders te verklaren dan door Gods zorg voor ons?’ Evengoed hebben beiden, gezien hun leeftijd, nog veel aanvullende hulp nodig. En die is er. De oude mensen spreken waarderende woorden over Annie en haar kerk, die trouw langskomen met voedselbonnen of medicijnen.

De Kevorkians willen het liefst hun hele levensverhaal aan Annie kwijt, maar zoveel tijd heeft ze niet. Met moeite weet ze afscheid te nemen. Er wacht meer werk. Want de handen van de kerk in Beiroet willen zich uitstrekken naar zoveel mogelijk mensen.

Tekst en beeld: Jacob Hoekman

Lees ook: Noodhulp in Beiroet: zo is de kerk een schuilplaats

Filipijnen weer getroffen door zware orkaan

Nieuws | 13-11-2020 | Tear
De Filipijnen zijn weer getroffen door een orkaan.

Explosieve situatie in Ethiopië: 5 vragen over deze crisis beantwoord

Verhaal | 13-11-2020 | Annemarie van den Berg
Douwe Dijkstra, regionaal directeur Oost- en Centraal-Afrika voor Tearfund, is net terug uit Ethiopië. Hij praat ons bij over de huidige crisis in het Noorden van het land.

Paus in TED-talk over klimaatverandering: 'We hebben een paar jaar'

Verhaal | 11-11-2020 | Tear
Paus Franciscus drong in zijn toespraak over klimaatverandering op tot hervorming. 'We hebben een paar jaar.'

Hoe samen een betere wereld bouwen begint in de (digitale) collegezaal

Verhaal | 09-11-2020 | Tear
Studenten ontdekken in de minor ‘Building a better world’ hoe zij in hun toekomstige carrières recht kunnen doen.

De kerk in Beiroet komt handen tekort

Verhaal | 08-11-2020 | Tear
De handen van de kerken in Beiroet strekken zich uit naar de slachtoffers van de explosie in Beiroet.

Vijf christelijke films voor dit najaar

Verhaal | 06-11-2020 | Maartje de Groot
Vind je het ook zo lastig om een goede én christelijke film te vinden? Wij zetten vijf echte aanraders voor je op een rij.