De krakers en de kerk

Blog | 13-12-2018Rikko Voorberg

Er zijn veel meer kwetsbaren dan Pikpa kan bergen, maar ze doen er wat ze kunnen.

We lopen het terrein van Pikpa op. Een voormalig kinderkamp en een oase van rust. Her en der zie je wat tenten, weer- en windbestendig. Blokhutten staan onder de bomen. Op een groot bord is het dagprogramma vermeld, met taallessen, tuinieren en zo nog het een en ander. Daarachter een moestuin in aanleg met vrolijk geschilderde prieeltjes.

De camera in onze hand wordt argwanend bekeken. Het is niet de bedoeling dat hier gefilmd wordt. De mensen die hier wonen zijn de kwetsbaarsten van het eiland en hun privacy wordt streng bewaakt.

We vinden een plek in een prieel. Deze plek is na jarenlange leegstand ‘in gebruik genomen’, oftewel gekraakt. Voor de meest kwetsbare vluchtelingen én de eilanders die kapotgingen aan de economische crisis. Nu wonen er vooral mensen die hun familie verloren zijn bij hun vlucht, mensen die misbruikt zijn en gezinnen. Er zijn veel meer kwetsbaren dan Pikpa kan bergen, maar ze doen er wat ze kunnen.

Het kamp is een verborgen pareltje op Lesbos. Een paradijselijke eiland dat de hel herbergt. ’s Ochtends plukken we voor het ontbijt de sinaasappels van de bomen in de achtertuin en even later baggeren we door de drek van Olive Grove, de helling naast het beruchte vluchtelingenkamp Moria. De vluchteling uit Jemen die ons meeneemt, loopt vooruit om te checken of er politie of militairen zijn. Zo niet, dan kunnen we verder.

En door de Europese manieren verdwijnt het gevoel dat je mens bent, steeds verder naar de achtergrond.

Hij vertelt dat leven in oorlog veruit te verkiezen is boven deze plek. Ik denk dat hij overdrijft, maar hij houdt voet bij stuk. Daar was je nog iemand, zei hij. Hier wordt je hele mens-zijn geneutraliseerd, teruggebracht tot een stuk papier. En wie zijn mond opentrekt of iets wil ondernemen, brengt dat papier in gevaar. Dat papier dat een mens mógelijk naar Europa kan brengen, maar mogelijk ook niet. En het duurt sowieso maanden en maanden. En door de Europese manieren verdwijnt het gevoel dat je mens bent, steeds verder naar de achtergrond.

Midden op het terrein staat een kerkje. De vrijwilliger die ons rondleidt, kijkt alsof hij het voor het eerst ziet, als we hem ernaar vragen. Hij heeft zelfs nog nooit een blik door de ramen geworpen. Bij de kraak is het ontzien, binnen ziet het er proper uit. Dan vertelt hij over een priester. Tot hun stomme verbazing kwam hij een tijdje geleden het terrein opwandelen, keek niet op of om, opende de deur van de kerk, sloot hem weer achter zich, was even bezig en vertrok weer.

De vraag wie ik ben in dit verhaal houdt me uit mijn slaap. Ben ik de kraker die ongebruikt terrein ontgint om plek te bieden aan degene die dringend menselijkheid nodig heeft? Of de priester die er midden tussendoor loopt, zijn eigen deur opent, zijn eigen godje aanbidt en dan weer vertrekt?

Rikko Voorberg
Theoloog, schrijver, actievoerder en ambassadeur van Tear.

Deze blog verscheen eerder in het Nederlands Dagblad.

Lees ook: 4 tips om vluchtelingen in Europa te helpen