Doorgaan, ook als alle hoop vervlogen lijkt

Blog | 14-02-2017Martha Zonneveld

Martha Zonneveld, noodhulpcoördinator bij Tear, bezocht in eind 2016 Irakese en Syrische vluchtelingen in Irak. Is er hoop in de uitzichtloze situaties van deze mensen?

Daar waar eens het paradijs was, rijden we urenlang tussen kale velden en ontboste berghellingen. We zien vrijwel geen bomen, de kleur groen ontbreekt. De kaalslag die het regime jaren geleden veroorzaakte, is nog duidelijk zichtbaar. De bomen moesten gekapt, om strijders een schuilplaats te ontnemen.

Het intrigeert me dat we als mensen in staat zijn om een plaats die ooit volmaakt was, ogenschijnlijk volstrekt vruchteloos te maken. Net zozeer als het groen is verdwenen, is hoop vervlogen bij de mensen die ik ontmoet. Bijvoorbeeld Sahid en Amira*.

Het gezin van Sahid en Amira

Sahid en Amira ontvluchtten Syrië in 2013. Hun boerderij- het levenswerk van drie generaties -  is door bommen totaal vernield. Nu leven ze als vluchtelingen in Irak. Teleurgesteld en beroofd van de toekomst die ze voor ogen hadden. Afhankelijk van onze maandelijkse voedselhulp wachten ze op het moment dat ze het heft weer in eigen handen kunnen nemen. Ze wonen in een onafgemaakt betonnen huis, samen met hun twee zoontjes. Met zeil proberen ze wind en kou buiten te houden. Sahid en Amira zagen het niet zitten om in een kamp te gaan wonen. Hun enige verlangen is terug te keren naar huis, om weer op te bouwen. Ze tellen de dagen.

Ze vroeg om een knuffel voor haar zoontje die nachtmerries heeft

Amira vraagt of we de volgende maand alsjeblieft een knuffel kunnen meenemen voor haar oudste zoon. Hij heeft veel last van zijn trauma en een knuffel kan hem helpen. Het jongste kind is geboren in Irak en heeft de vlucht in 2013 niet meegemaakt.

Hoezeer we ook mensen willen helpen op eigen kracht te gaan, lokaal eigenaarschap nastreven en duurzaamheid beogen, voor Sahid en Amira geldt een realiteit waarin dat nog onmogelijk is.

'Ook wij zullen onszelf herstellen'

Hetzelfde zie ik bij Mashra die met haar twee zoontjes en haar man in een vergelijkbare situatie leeft. Mashra’s man zoekt al lange tijd naar werk. Het is er niet. Als ik haar vraag wat ze hoopt voor de toekomst, dan zegt ze: “Mijn leven is dood, ik heb geen hoop meer.” De woorden die in me opkomen lijken te makkelijk, nietszeggend.
Er rest me niets dan haar te omhelzen. 

Later kan ik haar bemoedigen met de woorden van een landgenoot: een vrouw die vanuit Damascus een paar weken eerder kort in Nederland was. Ik sprak haar tijdens een Midden-Oostenberaad in Amersfoort. Haar boodschap was: “De Eerste Wereldoorlog is geweest en landen hebben zich hersteld. De Tweede Wereldoorlog is geweest en landen hebben zich hersteld. Ook wij zullen onszelf herstellen! Vertel mijn volk dat we hoop moeten houden en dat ze terugkomen als dat weer kan.”

Mijn leven is dood, ik heb geen hoop meer

Mashra vraagt later of het mogelijk is een naaimachine te krijgen. Ze zou hiermee kleren kunnen naaien en wat geld kunnen verdienen. De naaimachine past niet binnen ons budget, maar de Syrische collega die de voedseldistributies coördineert, maakt een aantekening in een eigen schriftje.

Hij is zelf ook gevlucht uit Syrië en voelt zich bevoorrecht ‘zijn eigen mensen’ te kunnen helpen. Hij zegt me later die dag iemand te kennen die misschien een machine over heeft. 

'Later wil hij politieagent worden'

We bezoeken ook de kampen waar onze partners kinderprogramma’s en psychosociale hulpverlening aanbieden. Op enige afstand van het kamp voor de Syrische vluchtelingen ligt het kamp voor ontheemden uit Irak zelf. Hier tref ik Karim, een jongen van vijftien. Zijn vader werd met de  dood bedreigd en vluchtte met hem en zijn vier zusjes uit Mosul. Ze vonden veiligheid in het kamp in Noord-Irak.

Zijn moeder is in Mosul en is een van de velen die vastzitten onder de huidige bezetting. Twee maanden geleden overleed de vader van Karim in een verkeersongeluk. Sindsdien draagt Karim in zijn eentje de zorg voor het gezin. In het kamp legt hij geen contact met anderen, hij durft niemand te vertrouwen. Wel brengen de buren regelmatig eten.

De schoenen van Karim

Als zijn zusjes naar de kinderprogramma’s of naar school zijn, gaat hij zelf ook naar school. Hij mag niet meedoen omdat hij teveel leerjaren achterloopt. Toch gaat hij er elke dag bijzitten. Later wil hij politieagent worden om ‘zijn mensen’ te beschermen en diegenen te zoeken die zijn vader wilden doden. Weer merk ik dat ik moet zoeken naar woorden die iets kunnen betekenen voor deze dappere jongen, wiens ernstige uitdrukking niet past bij een kind van zijn leeftijd.

En toch. Toch gaan we door met het opkomen voor deze mensen. Omdat het uitmaakt. Omdat we ons geroepen voelen. Omdat, hoe ver weg en onduidelijk het nog mag zijn, er wel hoop is. Zolang er buren zijn die eten brengen, zolang er mensen zijn die een knuffel of een naaimachine willen zoeken, zolang er mensen zijn die willen geven en delen.

Ik heb me laten vertellen dat in het voorjaar de hellingen van Noord-Irak heel even knalgroen zijn. De heide bloeit dan kort en tovert de omgeving even om tot die paradijselijke plek.

Weer merk ik dat ik moet zoeken naar woorden die iets kunnen betekenen

Hier hopen we op voor al deze mensen die lijden onder de crises in het Midden Oosten. Dat er weer kleur mag komen. Vrede en hoop op een mooie toekomst. En in de tussentijd zullen we doorgaan met het verlenen van de hulp die van levensbelang is.

*Namen zijn gefingeerd vanwege veiligheid.

Deel met mensen als Sahid en Amyra

Geef een hulppakket aan een gezin. Voor 45 euro kunnen wij een gezin voorzien van een voedselpakket voor een maand.

Meer over het project

Wederopbouw via de lokale kerk in Syrië

Syrië (Midden-Oosten)
Dit project helpt slachtoffers van oorlog en geweld in het Midden-Oosten hun leven weer op te bouwen.