Hoe houd je moed om door te gaan?

Verhaal | 28-11-2019Mirjam Croes

Bisschop Ancelimo Magaya is leider van Zimbabwe Divine Destiny, een beweging die kerken toerust om op te staan voor gerechtigheid. Een inspirerend man, die ondanks zijn blindheid – of misschien wel dankzij – een enorme visie heeft voor Zimbabwe. Hij deelt zijn persoonlijke verhaal.

Het werk van bisschop Ancelimo is niet zonder risico’s. Zo belandde hij al meerdere keren in de gevangenis. In november was de bisschop met zijn vrouw Dephine, die hem in zijn werk ondersteunt, in Nederland. De bisschop maakt deel uit  van het Inspired Individuals-programma. We vroegen hem waar hij de moed vandaan haalt om steeds opnieuw weer op te staan en door te gaan.

Wanneer dacht u: de kerk moet zich meer inzetten voor vrede, gerechtigheid en economische ontwikkeling van Zimbabwe?

'In 2008 gebeurde er iets dat bij mij de basis heeft gelegd voor wat wij nu doen. Zimbabwe kent een vicieuze cirkel van politiek geweld, al sinds onze onafhankelijkheid van Engeland in 1980. De bevrijders van destijds raakten verwikkeld in een stammenstrijd, met massaslachtingen onder de burgerbevolking als gevolg. Eens in de drie, vier jaar werd er dan een vredesakkoord gesloten, maar er was geen werkelijke vrede, omdat de mensen wiens ouders en kinderen vermoord waren van binnen kookten door trauma’s, pijn en haat.'

Het was te veel, ik brak. De gruwelijke verhalen waren te overweldigend.

'In 2008 was er een nieuwe golf van geweld doordat de heersende partij van president Mugabe niet erkende dat de oppositie de verkiezingen gewonnen had. Honderdduizenden mensen raakten ontheemd doordat hun huizen waren verwoest en er werden mensen ontvoerd, gemarteld en vermoord. In die tijd klopten 450 slachtoffers bij de deur van onze kerk aan. Mensen met gebroken ledematen, gewonden, mensen die alles kwijt waren. Ik herinner me één dag in het bijzonder. Ik zat in mijn kantoor en sprak die dag vijftig vluchtelingen. Víjftig mensen die gruwelijke verhalen vertelden over verwoestingen, martelingen en moorden. Ik zat daar om hen te troosten en hoop te geven. Maar hun verhalen waren te overweldigend, te emotioneel.'

'Het was te veel. Ik brak. Ik was zelf alleen al door het aanhoren van al die verhalen getraumatiseerd geraakt. En ik dacht: Hoe kan het, dat in een land waar 80 procent van de bevolking actief christen is, er zoveel geweld bestaat? Dat de kerk niet in staat is om de daders terecht te wijzen en op te staan tegen zulk groot onrecht? Dat was het moment waarop we besloten een organisatie te vormen om kerken te stimuleren deze rol op te pakken. Om kerken op bijbelse gronden te laten zien wat zij kunnen doen in bestuurlijke en politieke kwesties. Om samen een beweging te vormen die vreedzaam in verzet komt tegen het heersende onrecht.'

Wat heeft u ertoe aangezet om deze mensen indertijd op te vangen in uw kerk?

'Ik stond in tweestrijd, op het moment dat al die mensen zich bij onze kerkdeuren verzamelden. Officieel zou ik eerst met de leiding van mijn kerk moeten overleggen wat te doen, maar daar was geen tijd voor. Deze mensen waren wanhopig. En ook bedacht ik me dat als ik deze mensen zou binnenlaten, ik door de overheid gezien zou kunnen worden als een verrader, als een sympathisant van de opposities. Maar mijn instinct zei me dat ik deze mensen moest helpen. Want staat er niet in de Bijbel: ‘Want ik had honger en jullie gaven mij te eten... ik was een vreemdeling en jullie namen mij op.’ (Matth 25: 35-36 red).

Ik stond in tweestrijd, maar ik heb gedaan wat Christus zelf van de kerk vraagt.

Ik heb gedaan wat Christus zelf van de kerk vraagt. Uiteindelijk hebben we hen drie tot vier maanden opgevangen. We hebben de tienden bij elkaar gelegd en de hulp ingeroepen van de lokale gemeenschap en internationale hulporganisaties om voor eten en kleding te kunnen zorgen. We hebben extra diensten ingelast, zodat we ook tegemoet konden komen aan de psychosociale en spirituele noden van deze mensen. Ze hadden Jezus nodig. Zo konden we stukje bij beetje stappen zetten in die wanhopige situatie.'

En door deze daad van naastenliefde kwam u in gevaar? 

'Klopt, ik ben meerdere keren gearresteerd. Ook in deze situatie. Ik werd ondervraagd: wie zijn die  mensen in jouw kerk, bij welke partij horen ze? Ik antwoordde: ‘Dat zijn de verkeerde vragen. Als voorganger vraag ik niet aan de mensen welke politieke voorkeur ze hebben. Ik moet hen gewoon dienen. Moet u dat als politieagent eerst vragen voor u iemand helpt? Als dat zo is, dan faalt u in uw werk. Ik doe dat niet.’ Ze hebben me gezegd dat ik die mensen moest wegsturen, maar daar hebben we niet aan meegewerkt. Dus kwam de politie die ze weghaalde en afzette ver weg in de jungle. Maar vervolgens kwamen deze mensen weer terug, want ze hadden geen andere plek om naar toe te gaan.'

Werd u niet bang door deze arrestaties? Hoe durfde u door te gaan?

'Ik denk dat als je in de diepste diepten wordt gegooid, je op de een of andere manier juist dan extra vastberaden wordt. We hadden inmiddels sterke banden opgebouwd met de vluchtelingen in onze kerk. Ik kon ze niet verraden en in de steek laten. Ik zei tegen mezelf: het ergste wat kon gebeuren is al gebeurd. Uiteindelijk kon ik het omdraaien en tegen mezelf zeggen: ‘ik ben bereid te sterven.’ Immers, als onze rechten en menselijke waardigheid niet worden gerespecteerd, wat is er dan nog over? Dan zijn we eigenlijk al dood. Als je vanuit dat standpunt opereert, dan ben je voorbereid op het ergste en durf je door te gaan. En tegelijkertijd probeerde ik mezelf moed in te praten met bijbelteksten. ‘Sterk jezelf in de Heer’, staat er in de bijbel. Was ik bang? Jazeker! Angst is een natuurlijke emotie. Moed is niet noodzakelijkerwijs de afwezigheid van angst. Moed is – terwijl je bang bent - tegen jezelf kunnen zeggen: hou vol.'

Ik noem mijn blindheid geen disability, maar THIS ability. God heeft het op vele manieren gebruikt.

Ancelimo’s vrouw Dephine, die haar man ondersteunt in zijn werk voor Zimbabwe Divine Destiny, vult aan: 'De vluchtelingen die bij ons verbleven, gingen uiteindelijk terug naar hun geboortegrond en stichtten daar nieuwe kerken. Ze zeiden tegen ons: de God die u kent, kennen wij nu ook. Wij willen ons met u identificeren, want u bent de enige kerk die voor ons de poorten heeft geopend. Veel kerken konden dat niet, het was te moeilijk.'

Ancelimo: 'Dus de slachtoffers van voorheen hebben zich bij onze beweging aangesloten. En dat inspireert ook enorm om door te gaan. Want deze mensen hadden heel verbitterd kunnen zijn. Ze hadden kunnen besluiten om terug te vechten. Er had een burgeroorlog kunnen ontstaan. Maar ze zeiden: Geweld leidt alleen maar tot meer geweld. We doen het op een andere manier: geweld bevechten met vreedzaam verzet en liefde. Dat is een model dat werkt.'

Speelt het feit dat u blind bent nog een rol in waarom u deze taak op u hebt genomen?

'Haha ja! Weet je, in mijn opinie wordt in Zimbabwe angst gebruikt om mensen monddood te maken en te houden. Dus stel je voor: je bent een voorganger en je preekt in de kerk tegen het gewelddadige systeem. En plotseling zie je mannen in grijze pakken met donkere zonnebrillen de kerk in komen. Iedereen weet: deze mannen zijn van de inlichtingendienst. Ik heb altijd gezegd: mijn voordeel is dat ik deze mannen niet kan zien. Dus ik praat gewoon door. Ik verander niet van boodschap. God heeft mijn blindheid op vele manieren gebruikt. Ik noem het daarom ook geen disability, maar THIS ability. Ik zie het als Gods genade.'

Spelenderwijs leren in Zimbabwe

Verhaal | 17-09-2019 | Tear
Op het Ebenezer Farm College in Zimbabwe leren studenten aan de hand van een digitaal spel alle ins en outs van de agri-business.

De kerk in Zimbabwe houdt zich niet langer stil

Verhaal | 03-07-2019 | Tear
Bid jij mee voor Zimbabwe?