Ik stel jullie voor aan Dr. Stephen Watiti

Blog | 19-06-2017Tear

In 1986 raakt hij geïnfecteerd met hiv, hij is dan al arts. In 1992 ontdekt hij zelf dat hij ziek is. Uit zijn jaar van 100 artsen zijn er inmiddels 30 aan aids gestorven. Die kant lijkt het in eerste instantie ook op te gaan voor dokter Watiti. Doodziek wordt hij opgenomen op zijn eigen afdeling, door de hiv krijgt hij tbc en kanker. Hij zweeft op het randje van de dood maar sterft niet. Zijn vrouw wel, hij blijft achter met een dochtertje van vier jaar.

Dokter Watiti krijgt de eerste experimentele hiv-remmers en ze slaan aan, hij krabbelt op. Dat ervaart hij als het werk van God door de medicijnen heen; gebed en pillen is zijn devies. Vanaf dat moment is het zijn roeping en passie om over zijn ervaring te spreken, om open te zijn over hiv en over het stigma dat daar in Oeganda bij hoort. Hij ervaart dat als de roeping die hij op zijn ziekbed heeft gekregen. Er zijn 1,5 miljoen Oegandezen met hiv, maar openheid om er over te spreken is er niet, niet in de samenleving, niet in de kerk. Als er in de kerk wordt gebeden voor zieken wordt hiv niet genoemd. hiv is een ziekte om je voor te schamen vindt men in Oeganda. Dat ervaart Watitti aan den lijve als hij uitkomt voor zijn ziekte. 'HIV is de lepra van onze tijd', zegt hij. 

Nadat Stephen Watiti zijn eigen innerlijke schaamte heeft overwonnen gaat hij praten, met zijn patiënten, in de kerk, door middel van een wekelijkse column in een krant. Inmiddels is hij een bekende Oegandees. Dan vraagt een taxichauffeur: 'Schrijft u in de krant?' Ze vragen niet: 'Bent u degene met hiv?'

Inmiddels is dokter Watiti opnieuw getrouwd, hij schrijft boeken en reist zijn land en de wereld, over om zijn verhaal te vertellen. Dokter Watitti pleit voor openheid, ook van kerkleiders die hiv hebben, voor priesters, dominees en zusters die ervoor uitkomen en zo openheid voor iedere Oegandees mogelijk maken. Wat wij in Oeganda nodig hebben, zegt dokter Watitti, is heel veel moed en kennis.

Moed en kennis, Stephen Watiti is er zelf het prachtige voorbeeld van.

Elsbeth Gruteke

Foto: Carla Manten