Wonen en werken tussen de bommen en granaten

Blog | 22-08-2019Tear

Ouders moesten besluiten welk kind ze te eten zouden geven.

Hoe is het om in oorlogsgebied te leven en te werken? Tear collega Wendy woonde en werkte jaren in het buitenland en hield zich bezig met noodhulp in o.a. Zuid-Soedan, Nepal en Irak. Vooral in de landen waar oorlog heerste, was dit vaak heftig en spannend. Ze gunt ons een blik in haar leven van de afgelopen jaren.

‘Wanneer een gewapend conflict uitbreekt of een natuurramp toeslaat, worden hele gemeenschappen getroffen. Het dagelijks leven van mensen is in één klap verstoord. Alles wat ze hebben opgebouwd is weg. Ik sprak dokters in Irak, die gewonden wilden helpen maar geen praktijk meer hadden. Ik sprak vaders en moeders in Zuid-Soedan die de wanhoop nabij waren, omdat ze moesten besluiten welk kind ze te eten zouden geven. Ook sprak ik een vluchteling in Bangladesh wiens man zelfmoord had gepleegd, omdat hij niet meer wist hoe hij zijn familie kon beschermen en voldoende te eten kon geven.

Het was doodstil. Ik hoorde alleen mijn hart bonken van adrenaline.

Midden in een vuurgevecht

Nog zo’n indrukwekkend moment was toen we werkten in de Zuid-Sudanese stad Renk. De oorlog was net uitgebroken en wij waren daar om vluchtelingen te helpen, die net in het vluchtelingenkamp waren gearriveerd. Ik was in ons kantoor, toen we een oorverdovend geluid van een ingeslagen granaat hoorden. In een impuls gingen we plat op de grond liggen. Er klonk gegil en daarna was het doodstil. Zelfs de honden, vogels en ezels maakten geen geluid meer. Ik hoorde alleen mijn hart bonken van adrenaline. Daarna kwam er ook tegenvuur. Met matrassen barricadeerden we de ramen en deuren. Ik had veiligheidstrainingen gevolgd, maar ik had nooit verwacht zoveel van die kennis nodig te hebben.

 

Met matrassen barricadeerden ze de ramen en deuren

Op schouders gedragen

Sommige situaties maakten me intens verdrietig. We (mijn man Willem en ik) probeerden onze energie uit de hoopvolle momenten te halen, ook al moest je die soms in hele kleine dingen zoeken; bijvoorbeeld in de dankbaarheid van de vluchtelingen. Zo zei iemand tegen mij: ‘Ik wil dat jullie hier blijven, jullie zijn onze enige hoop. Onze kinderen hebben weer energie gekregen omdat ze medicijnen en voeding van jullie hebben gehad. Zelfs als hier weer gevechten zouden uitbreken, dan zouden we jullie blijven dragen. Ook al hebben we niet veel kracht en zijn we mager en uitgehongerd, we dragen jullie op onze schouders.’

Complex maar hoopgevend 

Het zijn overlevers, vechters, de mensen die ik mocht ontmoeten. Ze krijgen hoop ook doordat wij een sprankje van Gods hoop mochten laten zien in ons werk. Door er te zijn, door eerste hulp te bieden, zodat ze zelf weer verder kunnen. Noodhulp is niet makkelijk… het is uiterst complex om het goed te doen. Maar ik geloof dat ik de arts die geen praktijk meer heeft, de weduwe die haar man verloor, en de ouders die onmogelijke keuzes moesten maken, kan helpen om een nieuwe start te maken en meer veerkrachtig te worden.'

Tekst: Wendy van Amerongen
Foto 1: Tamara Berger
Foto 2: MAF/LuAnne Cadd